FISCALITEIT

Met het openbaar vervoer naar het werk? Of begin je elke dag met een verkwikkende fietstocht richting kantoor? Dan zijn er allerlei fiscale regelingen voor werkgevers en werknemers.
Het fiscale kantje van vervoer
Er zijn drie regelingen om als werknemer je vervoerskosten fiscaal in te brengen: 1) via een vrijstelling van de vergoeding als je het wettelijk kostenforfait toepast, 2) via een aftrekbare forfaitaire kilometervergoeding als je je werkelijke beroepskosten bewijst of 3) dankzij speciale regelingen zoals de fietsvergoeding of tegemoetkomingen op je abonnement voor het openbaar vervoer.
1) Een wettelijk kostenforfait is een vast bedrag dat de fiscus automatisch van je belastbaar inkomen aftrekt en dat geacht wordt al je kosten te dekken. Ook de kosten voor je woon-werkverplaatsingen zitten er dus al in, ongeacht hoe je naar je werk gaat en hoeveel je dat precies kost. Toepassing van dat systeem biedt het voordeel dat je geen belasting hoeft te betalen op (een deel van) de vergoeding die de werkgever je eventueel betaalt voor het woon-werkverkeer. Een gebruiker van het openbaar vervoer geniet daarbij een veel grotere vrijstelling dan wie zijn eigen auto gebruikt. Voor die laatste is de vergoeding belastingvrij tot €350 op jaarbasis. Krijg je meer dan €350, dan moet je op dat overige bedrag wel belasting betalen. 2) Via de forfaitaire kilometeraftrek. Die kan je fiscaal alleen inbrengen als je niet het wettelijk kostenforfait gebruikt (zie hierboven) maar in plaats daarvan je werkelijke kosten bewijst. Die keuze maak je in de belastingaangifte. Het systeem is eenvoudig: als je aan de fiscus kan bewijzen hoeveel kilometer je dagelijks pendelt, dan mag je een vast bedrag, namelijk €0,15, per kilometer inbrengen als beroepskost en aftrekken van je belastbare inkomen. Het doet er in principe niet toe welk vervoermiddel je gebruikt, maar er zijn kleine verschillen. Voor andere vervoermiddelen dan de eigen auto is er een kilometerbeperking tot 100 km per dag (enkele rit). En fietsers kunnen zelfs €0,20 per kilometer inbrengen. Nadeel van deze formule is wel dat diegene die er gebruik van maakt, gewoon belasting moet betalen op de eventuele vergoeding die hij van de werkgever krijgt voor woon-werkverkeer. Bovendien is het wettelijke beroepskostenforfait uit de vorige formule al vrij hoog, zodat wie alleen vervoerskosten heeft, er vaak geen voordeel mee doet om te kiezen voor het bewijs van zijn werkelijke beroepskosten in plaats van het wettelijke beroepskostenforfait. Wie daarentegen ook andere kosten dan vervoer kan bewijzen, zal via het systeem van de werkelijke kosten in totaal vaak méér kunnen aftrekken dan met het wettelijke beroepskostenforfait. 3) Via regelingen zoals de fietsvergoedingen, (gedeeltelijke) terugbetalingen van je abonnement en de regelingen voor moto’s als aanvulling op bovenstaande formules. Meestal komen deze formules voordeliger voor je uit dan de gewone fiscale regeling voor het gebruik van een auto. Leer er alles over in onderstaande paragrafen. En wat met de werkgevers? Die kunnen alle vergoedingen voor woon-werkverkeer die ze betalen aan hun werknemers volledig aftrekken van de belastingen. Werkgevers moeten wel steeds alle vergoedingen vermelden op de loonfiches van de werknemers. En er zijn extra fiscale voordelen voor werkgevers die hun werknemers aanmoedigen om met de fiets te komen of die collectief personeelsvervoer organiseren. Tot slot gebruiken sommige werknemers verschillende modi door elkaar. Bijvoorbeeld: met de auto naar het station, de trein op en nog een stuk met de bus? Dan kan je verschillende fiscale voordelen cumuleren. Let wel: elke kilometer die je aflegt kan maar één keer vergoed worden. Ontdek er meer over in onderstaande paragrafen.
Verschillende vervoersmodi:
- Fiets
- Bus en tram
- Trein
- Moto
- Collectief vervoer (Carpool)
- Auto
- Gecombineerd vervoer
|
|
|
|
|
|