Voor werknemers
Je krijgt van ons een advies afhankelijk van je mogelijkheden, en dit volgens het STOP-principe, zoveel mogelijk Stappen, Trappen (fiets), het Openbaar vervoer gebruiken en pas in laatste instantie de Personenwagen.
Als werknemer kan je op 3 manieren je vervoerskosten fiscaal inbrengen:
Wettelijk kostenforfait
Bij het wettelijk kostenforfait trekt de fiscus automatisch een vast bedrag af van je belastbaar inkomen. Dit bedrag is afhankelijk van je bruto inkomen en zou voldoende moeten zijn om al je kosten te dekken. Hierin zitten o.a. de kosten voor je woon-werkverplaatsingen, ongeacht hoe je naar je werk gaat en hoeveel je dat precies kost.
Voordeel hiervan is dat je geen belasting hoeft te betalen op (een deel van) de vergoeding die de werkgever je eventueel betaalt voor je woon-werkverkeer.
Let op: Een gebruiker van het openbaar vervoer krijgt een veel grotere vrijstelling dan wie zijn eigen auto gebruikt.
Indien je werkgever een vergoeding betaalt voor het openbaar vervoer (of je abonnement betaalt) dan wordt deze vergoeding volledig vrijgesteld.
Voor autogebruikers is de vergoeding belastingvrij tot 370 euro/jaar (aanslagjaar 2013, inkomsten 2012). Krijg je meer dan dit bedrag? Dan betaal je op het bedrag hierboven wel belastingen.
Forfaitaire kilometervergoeding
Liggen je kosten hoger dan het wettelijke, vaste kostenforfait? Dan is het soms aantrekkelijker om je werkelijke kosten in te brengen.
Je regelt dit via je belastingaangifte. Als je het aantal kilometers dat je dagelijks pendelt kan bewijzen, dan kan je een vast bedrag (0,15 euro/km) inbrengen als beroepskost en dit aftrekken van je belastbare inkomen.
Het maakt niet uit welk vervoermiddel je gebruikt, maar er zijn wel kleine verschillen, bijvoorbeeld:
- voor andere vervoermiddelen dan de eigen auto is er een kilometerbeperking tot 100 km per dag (enkele rit)
- fietsers kunnen zelfs 0,21 euro/km inbrengen en hebben geen kilometerbeperking (inkomstenjaar 2012)
- Je betaalt gewoon belasting over de eventuele vergoeding die je van de werkgever krijgt voor je woon-werkverkeer.
- Het vaste, wettelijke beroepskostenforfait ligt vrij hoog; wie alleen vervoerskosten heeft is vaak beter af met het vaste forfait.
Onderstaande tabel geeft je een idee hoeveel km je per dag als woon-werkverkeer nodig hebt om het forfait te bereiken. Hoe meer je verdient hoe verder je van je werk moet afwonen om belang te hebben bij het bewijzen van de beroepskosten.
| Bruto inkomen na afhouding RSZ | Wettelijk forfait aftrek beroepskosten, aanslagjaar 2012 | Jaarlijkse km woon-werk om forfait te bereiken, forfait/0,15 € | Km per werkdag nodig om de forfait te bereiken, jaarkm/220 werkdagen per jaar |
| 10.000 | 1991 | 13274 | 60 |
| 15.000 | 2268 | 15117 | 69 |
| 20.000 | 2468 | 16454 | 75 |
| 25.000 | 2618 | 17454 | 79 |
| 30.000 | 2768 | 18454 | 84 |
| 35.000 | 2918 | 19454 | 88 |
| 40.000 | 3068 | 20454 | 93 |
| 45.000 | 3218 | 21196 | 98 |
| 50.000 | 3368 | 22454 | 102 |
| 55.000 | 3518 | 23454 | 107 |
Met een bruto inkomen van 30 000 euro per jaar moet je dus al minstens op 43 km (86 km heen en terug per dag) van je werk wonen om belang te hebben bij het bewijzen van beroepskosten. Hoe meer je verdient, hoe verder je nog van het werk moet wonen om belang te hebben bij het bewijzen van beroepskosten (tenminste als je geen andere aftrekbare kosten hebt).
Overige regelingen
Naast het wettelijk kostenforfait of de forfaitaire kilometeraftrek bestaan er nog fiscaal aantrekkelijke regelingen voor de verschillende vervoersmogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan fietsvergoedingen of de (gedeeltelijke) terugbetalingen van je openbaar vervoerabonnement die je kan combineren met de 370 euro vrijstelling voor andere verplaatsingswijzen. Ook voor moto’s zijn er speciale regelingen.
Meestal ben je met deze formules voordeliger uit dan met de gewone fiscale regeling voor het gebruik van een auto.
